Inkomen huishoudens fors lager

9 Oca 2010 In: Economie 2010

In het derde kwartaal van 2009 hadden huishoudens 3,0 miljard euro minder te besteden dan een jaar eerder.

Gecorrigeerd voor inflatie komt dit neer op een daling van 3,3 procent. Het financieel vermogen van huishoudens is in het tweede en derde kwartaal van 2009 wel toegenomen, vooral door positieve koersontwikkelingen op de financiële markten.

De krimp van het beschikbaar inkomen is vooral toe te schrijven aan een daling van de inkomsten uit dividend en van de inkomsten van zelfstandigen. De dividendopbrengsten liepen terug met 0,9 miljard euro, de inkomsten van zelfstandigen met 0,7 miljard euro. Daarnaast liepen de pensioenpremies met 0,5 miljard euro op. De totale beloning van werknemers, de belangrijkste inkomensbron van huishoudens, bleef vrijwel gelijk.

De gelijkblijvende beloning van werknemers is de resultante van enkele tegengestelde effecten. De totale beloning van werknemers werd sterk gedrukt doordat veel werknemers, vooral flexwerkers, in 2009 hun baan verloren. Het totale verlies aan banen van werknemers bedroeg 140 duizend ten opzichte van een jaar eerder.

De zittende werknemers, die vaak in vaste dienst zijn, hadden nog een cao-loonstijging van gemiddeld 2,3 procent. Deze loonstijging komt voort uit akkoorden die afgesloten zijn vóór het uitbreken van de financiële crisis. De feitelijke loonstijging van zittende werknemers was echter wel wat lager doordat de variabele beloningen fors afnamen. De beloning per arbeidsjaar was 1,8 procent hoger dan een jaar eerder.

Financieel vermogen huishoudens toegenomen

Het financieel vermogen van huishoudens neemt sinds het tweede kwartaal van 2009 weer toe. In het derde kwartaal bedroeg de stijging ten opzichte van een kwartaal eerder 65 miljard euro, oftewel 9,0 procent. In 2008 was het financieel vermogen met bijna een kwart gedaald. Na stijgingen in het tweede en het derde kwartaal van 2009 is het vermogen van huishoudens met 836 miljard euro weer terug op het niveau van 2004. Het vermogen lag voor het eerst sinds anderhalf jaar ook weer hoger dan een jaar eerder.

De ontwikkeling van het financieel vermogen hangt samen met ontwikkelingen op de aandelenmarkt. In het derde kwartaal van 2009 nam door de stijgende koersen de waarde van aandelen en obligaties van huishoudens met 8,8 procent toe. De levensverzekerings- en pensioenreserves, indirect eigendom van huishoudens, liepen met 5,8 procent eveneens op.

Huidige kaalslag onder oudere werknemers leidt enkel tot voordelen op korte termijn

Een nieuwe crisis ligt op de loer. Naarmate het prille economische herstel in de komende jaren een robuustere vorm gaat aannemen, ontstaan tegelijkertijd grote problemen op de arbeidsmarkt. Zodanig zelfs dat een verdere economische groei daardoor stagneert of zelfs tot stilstand dreigt te komen. De op de loer liggende spanning op de arbeidsmarkt zal zich naar verwachting nog veel heviger manifesteren dan enkele jaren geleden, onder andere door de positie van de 55-plussers.

Gedwongen beëindiging dienstverband
Hoewel dit niet blijkt uit de meest recente werkloosheidscijfers, hebben veel bedrijven hun 55-plussers gestimuleerd en soms zelfs gedwongen het dienstverband te beëindigen met een aanvulling op het opgebouwde vroegpensioen. Soms heeft meer dan de helft van de 55-plussers de werkvloer moeten verlaten. Precieze cijfers ontbreken, omdat deze groep onvrijwillig werklozen buiten de werkingssfeer van de Werkloosheidswet blijft.

Deze kaalslag onder de oudere werknemers levert weliswaar op korte termijn een flinke kostenbesparing op, maar houdt geen rekening met de effecten op langere termijn. Als de economie verder aantrekt en de inzet van deze ouderen meer dan gewenst zou zijn, zal blijken dat deze afgedankte groep niet meer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt.

Veel ervaring verloren
Overigens ervaren enkele bedrijven nu al dat door de grote uitstroom van ouderen ook veel ervaring verloren is gegaan. Daarom moet de positie van de oudere werknemers bij noodzakelijke personeelsreducties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden beoordeeld, met inachtneming van de effecten op de lange termijn.

Daar komt bij dat onze overheid de verhoging van de AOW-leeftijd wenst te beperken tot de huidige 55-minners. Weliswaar is in het afgelopen jaar ernaar gestreefd om met een aantal financiële prikkels de huidige oudere werknemers langer aan het werk te houden, maar met financiële prikkels en een volledige vrijblijvendheid redden we het niet.

Steentje bijdragen
Omdat de babyboomers tot nu toe alleen maar hebben geprofiteerd van een voortdurende welvaartsgroei en veelal weinig tegenslag hebben gekend, mag van hen met enige dwang worden verlangd dat zij hun steentje bijdragen aan het beoogde economische herstel. Daarvoor staan diverse uitvoerbare varianten van een stapsgewijze verhoging (niet te kleine stappen) van de AOW-leeftijd ter beschikking die op 1 januari 2012 effectief kunnen zijn.

Dan zal op het moment dat de economie daarom vraagt, de eerste shift werknemers nog gedurende een aantal maanden na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar voor de arbeidsmarkt beschikbaar blijven.

Meer mantelzorgende werknemers
En ten slotte zal het aantal verminderd inzetbare mantelzorgende werknemers sterk toenemen, mede omdat veel werkgevers tot nu toe weinig werk hebben gemaakt van een mantelzorgbewust personeelsbeleid. In toenemende mate komt deze groep werknemers in de problemen door emotionele druk, stress en overmatige inspanningen.

Op dit moment verricht een op de acht werknemers naast zijn betaalde baan langdurig mantelzorgtaken. Meer dan de helft van die werknemers voelt zich overbelast en ongeveer een op de tien is minder gaan werken of zelfs (tijdelijk) gestopt met werken omdat de combinatie te zwaar is. Ook blijken werkende mantelzorgers vaker ziek te zijn.

Meer ondersteuning voor mantelzorgers
Mede naar aanleiding van deze cijfers riep SER-voorzitter Rinnooy Kan tijdens de 4de Nationale Mantelzorglezing op 11 juni 2009 werkgevers op tot een adequate ondersteuning van mantelzorgers in de werksfeer. Op dit moment weten veel werkgevers niet of hun werknemers ook nog mantelzorgtaken hebben, waardoor zij onvoldoende kunnen inspelen op hun noden en behoeften. Werknemers blijken op hun beurt vaak enige angst te hebben om hun mantelzorgtaak kenbaar te maken aan de werkgever, vooral ingegeven door mogelijke negatieve gevolgen voor het loopbaanperspectief.

Dit verstoppertje spelen moet worden doorbroken door het invoeren van een personeelsbeleid, waarin mantelzorg zonder enige schroom en angst op de werkvloer bespreekbaar wordt gemaakt.

Verzuim
Een eerste aanzet daartoe is de mantelzorgproblematiek in de personeelsvoorschriften te benoemen en bijvoorbeeld aan werknemers die daaraan behoefte hebben de dienstverlening van de mantelzorgmakelaar toe te zeggen die al het regelwerk op zich neemt. Als dit niet wordt opgepakt, leidt dit tot een verdere toename van grijs verzuim, ziekteverzuim of zelfs (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid.

Het is vijf voor twaalf. Regeren is vooruitzien en daarom moeten we er nu voor zorgen dat we niet straks worden geconfronteerd met een crisis op de arbeidsmarkt. De thans nog toenemende werkloosheid doet daaraan niets af.

bron: fd.nl

In zijn nieuwjaarstoespraak heeft Jos Baeten zich kritisch uitgelaten over de financiële sector. Volgens de directievoorzitter van ASR Nederland heeft “de financiële sector haar krediet verspeeld”. Volgens hem is de overheid zich aan het herbezinnen op het intermediaire distributiesysteem: “Het kraakt in zijn voegen”.

“De ingrijpende gebeurtenissen van de afgelopen anderhalf jaar zijn voor de wetgever aanleiding geweest tot diverse evaluaties”, aldus Baeten. Hij houdt er rekening mee dat de conclusies niet mild zullen zijn. “De wetgever zal een nieuwe richting aangeven, die invloed zal hebben op de huidige businessmodellen.”

Baeten is bang dat dit wettelijk ingrijpen doorschiet in bureaucratie en administratieve lasten. “Wij kunnen dit alleen voorkomen als we daadwerkelijk bereid zijn om de bakens te verzetten.” Hij pleit voor meer onderlinge samenwerking tussen verzekeraars en intermediairs. “Een gezamenlijke aanpak om tot een toekomstbestendig systeem te komen heeft de voorkeur. Daarbij kan de sector zich niet permitteren het tempo te laten bepalen door degenen die nog in de ontkenningsfase zitten. Anders zijn wij geen gesprekspartner voor de overheid en kunnen wij niet meedoen in het bepalen van de nieuwe ordening.”

Onderhuids spelen bij de Europese banken nog steeds kredietproblemen.
Dit stelt econoom Willem Buiter in een gesprek met Het Financieele Dagblad. Volgens de oud-beleidsbepaler van de Bank of England is over de soliditeit van de banken op het Europese vasteland het laatste woord nog niet gezegd.

‘De Franse, Italiaanse en Spaanse banken hebben relatief weinig schade ten opzichte van Britse of Nederlandse banken. Maar een hoop problemen van de Europese banken worden versluierd door de liquiditeitsprogramma’s van de Europese Centrale Bank’, aldus Buiter, die vanaf 4 januari hoofdeconoom is bij Citigroup. ‘De banken op het vasteland hebben niet zo schoon schip hoeven te maken als de Britten of Amerikanen.’

Bouw Egyptische piramiden
Als voorbeeld wijst hij op Spanje. Dat land dankte tijdens het hoogtepunt van de hausse op de huizenmarkt 18% van het bruto binnenlands product aan de bouwsector. Volgens Buiter gaat het om de grootste constructiewoede ’sinds de bouw van de Egyptische piramiden’. Die zeepbel is leeggelopen, maar verliezen zijn er maar mondjesmaat genomen.
Buiter noemt het een vloek voor de Europese banken dat er nog steeds onzekerheid is over de waarde van hun bezittingen. Dat kan een probleem worden als de ECB strenger wordt ten aanzien van het onderpand waarmee banken nu goedkoop kunnen lenen. ‘De banken komen dan zelf op hun waardeloze onderpand te zitten.’

Bron: Het Financieele Dagblad, 31 december 2009